In veel maatschappijen was het (en op sommige plekken is dit nog steeds het geval) mode om het lichaam opzettelijk in vreemde vormen te wringen. Misschien is het meest opmerkelijke voorbeeld hiervan het verbazend wijdverspreide gebruik om hoofden in te binden. Hierbij werd de nog buigbare schedel van een pasgeboren kind in een strakke doek of tussen twee planken gewikkeld, zodat het hoofd in de lengte werd uitgetrokken en de vorm van een kegel kreeg. Het eindresultaat werd als zeer aantrekkelijk beschouwd, en ook als een teken van intelligentie. De hersenen pasten zich vervolgens gewoon aan de vorm van de schedel aan zodat er ook geen schade werd veroorzaakt. Maar het zet je wel aan het denken. Als je de vorm van het hoofd verandert, verander je dan ook de manier waarop het brein werkt? Had het invloed op het zicht? Op het geheugen? Op de capaciteit om na te denken over brede voorwerpen? De hoofdinbinding bij de hogere klasse uit de Inca- en Mayacultuur is bij ons het bekendst, hoewel het net zo goed voorkwam in het Noordwesten van Amerika, Borneo, Congo en zelfs bij Noord-Amerikaanse stammen als de Choctaw. Ook in Europa bestond deze traditie. Mensen uit bepaalde delen van NormandiĆ« pasten hoofdinbinding toe tot in de 19e eeuw. De oude Hunnen zouden het ook gedaan hebben. Het beeld van zo’n horde Hunnen met vervormde hoofden die te paard de muren van je stad bestormen moet een verschrikkelijk, bijna onmenselijk zicht geweest zijn.vice magazine

Geen opmerkingen:
Een reactie posten