

Ik treuzel, ik heb niets te zoeken onder die vleugels,
Druk op me middenrif, daarom stotter ik,
Ik ben iemand die geniet als die afgezonderd is.
En ik sta open , maar door mensen buiten gaat het over,
En probeer ik terug te kruipen naar mijn schuilplaats, totdat het wel gaat.
Totdat ik opsta op het moment dat mijn bel gaat.
Totdat ik alles heb aanvaard,
Mijn dan en bevallen en alles heb aangekaart,
Maar tot dan blijf ik remi, schat ik begrijp mezelf niet eens,
Dus het geeft niet, laat mij maar achter, laat mij maar wachten,
En wees niet bang want ik ben het grootste gevaar dat ik s’nachts kan verwachten.
Wat een dag hé, misschien heb ik alles geïdealiseerd, en was het mooier als we dachten,
ik hoor ga ga ga, me hart zegt blijf blijf blijf
Wij klampen ons vast aan iets, dat is bestemd ons te verlaten,
Je wint wat tijd maar, daar blijft het bij.
Dus ik laat het,
In theorie maar de praktijk is even wennen dus,
Zo niet mij maar toch ben ik het.
Woorden beperken mijn gedachten het is goed zo.
Woorden beperken mijn gedachten het is goed zo.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten